/ Het avontuur

Houwtje-touwtje internet en met z’n allen de hort op (3)

Een potje zeiken en daarna weer heel dankbaar zijn voor al het moois. Inmiddels het bekende recept voor onze Bali-verhalen. Ook de afgelopen weken was het niet anders. Good: tripjes. Bad: internet.

Eén van de redenen waarom we Bali als thuisbasis hebben gekozen, is dat het internet hier nog re-de-lijk te doen is (voor zo’n tropische bestemming). Met redelijk te doen bedoel ik dat je normaal kunt surfen over het internet en niet twee bakken koffie kunt zetten terwijl je op wee-wee-wee-punt-stuvia-punt-nl klikt.

nusavulkaan

Alvast wat positiefs: het uitzicht op de vulkaan Moung Agung vanaf Nusa Lembongan

In nerd-cijfertjes: er is met de huisbaas afgesproken een verbinding van 50 mbp/s te krijgen, waar je in de praktijk ongeveer 30 a 35 mbp/s mee moet halen. Al vanaf dag één blijkt dit een loze belofte te zijn. Soms weten we de 20 mbp/s aan te tikken, maar 5 a 10 mbp/s is meer de standaard. Als je met z’n vijven op zo’n netwerkje zit, levert dit problemen op. Download maar eens een fotootje of probeer maar eens een nieuwe versie van de website naar de server te uploaden. Nee, dat duurt eeuwen.

En dus is er direct contact met de huisbaas, waarna er om de dag een Indonesisch internetmannetje aan de router staat te prutsen. Helaas voor ons helpt het geen snars en blijft de snelheid en stabiliteit abominabel slecht. Gevolg: een wissel van internetprovider. Anders dan in Nederland, waar een wissel van Tele2 naar Ziggo slechts een administratieve handeling is, wordt hier hemel en aarde bewogen als je wisselt.

img1

Wat is namelijk het geval: om sneller internet te krijgen moeten we op een nieuw netwerk aangesloten worden, het zogenaamde fiber optic internet. En dus staat er midden op de dag ineens een mannetje op een ladder een scheerlijn over het hek van onze villa te spannen. Althans, scheerlijn, het blijkt de nieuwe internetkabel te zijn, die naar goede boerendorp-Franse-gewoonte zo door de lucht vanaf de hoofdweg naar ons huis getrokken wordt. Bekijk de foto’s en je snapt onze verbazing. Helaas-pindakaas blijkt het nieuwe internet slechts een pleister op de wonden: alleen de bovenverdieping kan verbinding maken (waar we gelukkig werken) en beneden zijn we overgelaten aan het al even grillige 4G-netwerk hier.

Zo, tot zover ons zeikverhaal. Dan de (hele) leuke dingen. De afgelopen weken hebben we het eiland namelijk tweemaal verlaten. Allereerst reisde een groot deel van de groep af naar Nusa Lembongan, het kleinere eiland dat oostelijk van Bali ligt. Het programma: duiken, snorkelen en heel veel niets doen. Het eiland is werkelijk prachtig en met een scooter tuf je er heerlijk overheen. Fijn was daarbij dat het ook echt enorm lekker weer was (lees: geen stortbuien). Volop genieten.

nusa

De week daarna vertrokken we met z’n allen naar Singapore. De hoofdreden waarom we daarheen zijn gegaan heeft echter met de visums die je krijgt in Indonesië te maken. Zonder visum mag je namelijk maar 30 dagen in het land blijven (je kunt wel verlengen, maar dat is veel gedoe). De oplossing als je twee maanden op pad bent is dus tussendoor een zogenaamde visa run te maken naar het dichtstbijzijnde buurland, in dit geval Singapore. Singapore zelf is een wereld van verschil met Bali. Waar op ons eilandje de vrije vogels rondhangen is Singapore een money-making-city, met alle gevolgen van dien. Hartstikke tof, maar een weekendje is lang genoeg. Nerdy hoogtepuntje is het hotel waar we verbleven: zie de foto’s voor deze ontzettende toffe sci-fi-slaapplekken.

singapore

En zo bereiken we nu het punt waarin we niet meer denken ‘oh wat hebben we nog lang op Bali’ maar ‘jezus we gaan al bijna weer naar huis!’. De komende twee en een halve week is echter volgepropt met leuke activiteiten (een motorrit naar een vulkaan, tripje naar Gili T, duiklessen, enzovoorts). En daarnaast: het leven hier van dag-tot-dag is natuurlijk ook niet verkeerd. Al blijf ik gewoon lekker een potje zeiken: ik verloochen m’n Nederlandse roots immers niet ;)